Veiligheid klinkt zo logisch, het is alleen
niet iets wat direct geregeld is - ook wij zijn pas op het laatst bezig met
de middelen. Noodzakelijk, want als je met zijn tweetjes op het water zit
kan ieder klein risico groot en levensgevaarlijk worden.
We wilden een paar 'primaire'
veiligheidsmiddelen
- brandblussers
- een reddingsgordel ('Rescue-sling')
- een hoefijzer-reddingsboei
- automatische reddingsvesten
- twee loopbanden voor langs het gangboord.
Daarnaast overwegen we de aanschaf van een reddingsvlot.
Brandblussers
We hebben gekozen voor 3 ABC brandblussers
van ieder 1 kg. Eén bij de kombuis, een ander in de kajuit en een derde in
de bakskist. Ik ben er wel achter waarom deze standaard niet gemonteerd of
geleverd worden... er is eigenlijk geen mooie plek voor te vinden! Dit zijn
de meest handige plekken geworden. De blusser voor in de boot zit wat
weggestopt (in een bak) maar is dan ook vooral bedoeld als reserve.
Reddingsgordel
Wanneer iemand te water willen we het zo
makkelijk mogelijk hebben bij het weer opvissen van de drenkeling. Het op
dat moment in de hand houden van het schip, evt. starten van de motor enz.
zullen al genoeg aandacht van de r
edder
(of redster) eisen. Een Rescue Sling zien we als ideale oplossing. Hangend
aan de reling, bestaande uit een gordel en 40 meter lange lijn op een katrol
is deze altijd voor het grijpen. De lijn rolt vanzelf uit wanneer de gordel
overboord wordt gegooid. Eenvoudig om de drenkeling heen varen en deze hoeft
alleen nog ingehaald te worden. Tenminste.. dat staat in de beschijving ;-)
Plastimo levert een dergelijk produkt.
Reddingsboei
Altijd handig en noodzakelijk. We zijn nog
even op zoek geweest naar een manier om het ding op zodanige wijze vast te
zetten dat we hem ook weer snel los konden krijgen - want anders heeft het
natuurlijk nog weinig zin... De beugel waar de boei op kan is breder dan de
boei, dus een zeilbindertje heeft uitkomst geboden.
Automatische reddingsvesten
We hebben al standaard 4 reddingsvesten van
Secumar aan boord, van die mooie oranje waar je je absoluut niet meer in
kunt bewegen. Die bewaren we voor de visite, we willen graag zelf wat meer
bewegen aan boord en tevens de mogelijkheid hebben
om ons aan te lijnen. We hebben verschillende merken gezien en gepast - met
name het grote prijsverschil viel ons op. Dit lijkt te zitten in het
verschil in opblaasmechanisme en de gebruikte materialen. Secumar heeft de
vesten die we zoeken 'Survival' - degelijk en betrouwbaar, in de juiste
kleur (jaja, ook belangrijk) en zowel in 150N als 275N. Monique kiest voor
de 150N variant, Richard voor de 275N versie (de kans dat hij overboord gaat
is groter hihihi)
Loopbanden
Om onszelf te kunnen zekeren hebben we
loopbanden over het gangboord lopen. Deze zijn 8 meter lang en passen tussen
de scepterpotten en de boeg.
Reddingsvlotten
Er zijn gelukkig nog geen situaties geweest waar we een
reddingsvlot nodig zouden moeten hebben. We varen tot nu toe vooral op de
Nederlandse binnenwateren, van het Hollandsch Diep tot het IJsselmeer. Daar
we het onheil ook niet opzoeken is er geen noodzaak tot het aanschaffen van
een reddingsvlot. Er is echter wel wat veranderd: Floor is bij ons en we
willen de komende
jaren groter water opzoeken. Mede hierom en gezien de leerschool die we
hebben gehad tijdens de indoor training zal de volgende grote aanschaf
(naast het liggeld ;-) wel een reddingsvlot worden.
De indoor training hebben we in september 2003 gevolgd
bij het MTC (Martitiem Trainings Centrum) via de Nederlandse Vereniging van
Toerzeilers (NVVT,
www.toerzeilers.nl). Zeer leerzaam en vermoeiend -
alle aspecten van het overleven en gered worden op groot water zijn (in het
kort) aan de orde gekomen. Dit alles in de praktijk waarbij in het
trainingscentrum erg slecht weer gesimuleerd kan worden, incl. golfslag en
storm. Klik
hier voor foto's en een verslag . Voor ons een confrontatie met wat er
tijdens slecht weer allemaal kan gebeuren en de noodzaak om op elkaar
ingespeeld te zijn.
Reddingsvlotten zijn er in allerlei soorten en maten, ik
beperk me even tot de reddingsvlotten die te gebruiken zijn op een zeiljacht.
De beperkte ruimte op een schip laat het niet toe een complete reddingsboot
aan je
spiegel te hangen, daarom zijn (naar mijn weten) alle reddingsvlotten
opblaasbaar. Verder gaat de vergelijking op met de auto-industrie - met
vrijwel ieder vlot kun je van A naar B en is er veel verschil tussen een
Fiat 127 en een Jaguar X-type. De fabrikanten zien vooral verschil in de
plek waar je het vlot zou willen gebruiken. 'Antlantic', 'Offshore',
'Coastal' en 'Coastline' zijn hierin veel gebruikte typename. De uitrusting
is per gebruiksgebied verschillend en daar waar het water ruimer is, worden
de vlotten uitgebreider. Vrijwel alle vlotten worden via gas-geactiveerde
ontstekingen automatisch gevuld met lucht (Co2 en/of stikstof) op het
moment dat deze in het water wordt geworpen. Meestal wordt het
opblaasmechanisme in werking gesteld middels het koord waarmee het vlot aan
het schip vast zit. De vlotten zijn dubbelwandig, hebben waterankers om niet
te ver af te drijven en hebben soms een
opblaasbaar dak. Ze zijn voorzien van de noodzakelijke reddingsmiddelen,
afhankelijk van het gebied waarin ze mogelijk gebruikt worden. Verder zijn
ze verkrijgbaar vanaf 4 personen en zijn leverbaar in een tas of in een
container. De container wordt meestal op het dek gemonteerd. Merken: o.a.
Plastimo, Duarry, Lalizas en RFD. Zie als voorbeeld:
www.plastimo.com
Verschillende organisaties hebben kwaliteitseisen gesteld: de RORC, ORC,
IOR, USYRU, AYF, NSI en NAVO-AQQP1.
Noodzakelijk om te overleven
Noodzaak tot overleven: warmte, drinken en voeding.
Daarnaast natuurlijk het trekken van aandacht! Vrijwel alle reddingsvlotten
houden, afhankelijk van het gebruiksgebied, rekening met de kou middels
bijvoorbeeld dubbele bodems voor de isolatie, hoosbekers voor het
verwijderen van water in het vlot, lijnen om het vlot overeind te
trekken,
wat gereedschap om reparaties te doen, EHBO spulletjes, soms een
harpoengeweer om de haaien te doden - of om vis te vangen ;-) en tabletten
waarmee van zout water zoet water gemaakt kan worden. Het trekken van
aandacht kan middels meegeleverde vuurpeilen of het uitzenden van een
alarmsignaal (via een handmarifoon of een zg Epirb, dit apparaat kan
signalen versturen via satelieten). Als de benodigde
accessoires niet in het reddingsvlot verpakt zitten is het handig om in
ieder geval een waterdichte ton klaar te zetten met de noodzakelijke
middelen. Mogelijke overige accessoires: o.a. een drijfanker, opvang voor
regenwater, pomp, zaklamp,werpring, peddels, zeeziektepillen, drijvend mes
en een spons.
Procedure bij van boord gaan
Als het niet meer mogelijk is om op het schip te blijven -
het schip is nog
steeds het veiligste redmiddel zolang het niet zinkt - probeert men eerst
via de normale Marifoon en evt. de DSC radio (digitale zender/ontvanger) een
laatste noodoproep uit te zenden. Je weet wel, dat Mayday, Mayday. Dan gooit
men het reddingsvlot in het water met een gezekerde lijn. Door het uitwerpen
van het reddingsvlot wordt via de zekeringslijn het vlot opgeblazen. Alle
noodzakelijke spulletjes worden meegenomen en men gaat zo snel mogelijk bij
het schip vandaan. Deze heeft tenslotte scherpe delen die het reddingsvlot
kunnen beschadigen. Daarna is het wachten.....
Electronica en veiligheid
Er is veel standaardisatie op het gebied van het uitwisselen
van electronische berichten waardoor het voor meer zeilers betaalbaar wordt
om berichten te ontvangen en te verzenden. Het eerste is enorm belangrijk
omdat je als schipper verplicht bent iemand te redden - hoe meer schippers
in de buurt, hoe groter de kans op overleven!